Biografie

Leven

Ik ben geboren in 1949 als negende kind in een rij van tien en groeide op in een katholiek tuindersgezin in Voorburg.
Na de Sociale Academie en een pedagogiekstudie werkte ik in de gezinszorg en bij een bureau voor interlandelijke adoptie.
Ik ben getrouwd en moeder van twee dochters.


Schrijven

Het schrijven begon met lezen. Vanaf het moment dat losse letters woorden werden, had ik het liefst een boek in handen. Als ik de kans kreeg tenminste, want in ons grote gezin moest ik altijd meehelpen. Tomaten plukken, kolen scheppen en schoenen poetsen, vonden mijn ouders nuttiger dan lezen.
Ik las dus stiekem. In bed met een zaklantaarn, op zolder onder het dakraampje, hoog in een boom verstopt tussen de bladeren. Ja, zelfs bij het oefenen voor pianoles had ik heimelijk een boek op schoot.
Rond mijn twaalfde begon ik te schrijven. Eerst dagboeken en brieven, later artikelen voor mijn werk en nog later verhaaltjes over mijn dochters.
Toen mijn dochters klein waren, begon ik ook verhalen te verzinnen maar ik dacht nog niet aan uitgeven. Dat was iets voor een échte schrijver, niet iets voor een moeder/huisvrouw die tussen de was, de boodschappen en het schoolplein, verslaafd was aan een tekstverwerker.
Ik durfde mijn eerste verhaal dan ook niet naar een uitgever te sturen. Wel durfde ik aan een boek over mijn ervaringen met adoptie te beginnen. Maar zelfs dat manuscript stuurde ik naar een uitgever alsof ik een lot in een loterij kocht.
En toen won ik de hoofdprijs! De uitgever wilde het graag uitgeven. Vanaf dat moment was ik wat altijd wilde worden: schrijfster.

Werk

Ik schrijf boeken en verhalen, meestal voor jongeren, soms ook voor kinderen of volwassenen. Tussen 1992 en 1998 verschenen vier jeugdromans: Het huis met het blauwe dak, Blijf zitten waar je zit, Aangespoeld en Knap Stom. In 2007 verscheen Brita droomt Brita voor tienjarige lezers. In  2011 komt er een nieuw jeugdboek uit: Black-out over jongeren en alcohol. Momenteel werk ik aan familieverhalen.

Een terugkerend thema in mijn werk zijn de vragen en conflicten rond het leven in twee werelden. De personen in mijn boeken weten niet waar ze thuis horen, moeten keuzes maken en zoeken een weg tussen hun eigen belangen en die van anderen.
Gedachten en gevoelens van de personages krijgen veel aandacht. Ik hoop dat de lezer zich hierin herkent, ook al leeft hij in een andere wereld dan het personage.
Maar het verhaal is het belangrijkste. Dat moet de lezer boeien en iets zichtbaar maken van ons ingewikkelde leven en hoe we ons daarin staande houden.

Werkwijze

Voor elk boek doe ik research. Ik lees over het onderwerp, praat met mensen die er iets vanaf weten en ga naar musea of naar andere plekken waar ik informatie kan vinden. Want de feiten in het verhaal moeten kloppen of in ieder geval zo realistisch mogelijk zijn als het een verzonnen verhaal betreft.
Ik schrijf zoals ik lees want ik heb geen idee hoe een verhaal gaat lopen. Als ik dat precies zou weten, zou het schrijven saai zijn. Dan is het meer een invuloefening. Nu is het een ontdekkingsreis met opwindende sensaties maar ook met teleurstellingen. Want soms kom ik er halverwege achter dat een boek of verhaal niet deugt. Dan moet ik opnieuw beginnen of het een tijdje wegleggen totdat ik weet hoe het anders moet.

Prijzen en vertalingen

Het huis met het blauwe dak kreeg in 1993 een nominatie voor de Jenny Smelink-Ibby prijs en Blijf zitten waar je zit won de Wizoprijs van 1994. Beide boeken verschenen ook in Duitsland en Het huis met het blauwe dak werd bovendien vertaald in het Koreaans.